DOI: 10.5553/TFPP/295044302023001001010

Tijdschrift voor Forensische Psychiatrie en PsychologieAccess_open

Verslag

Bijeenkomst van het Psychiatrisch Juridisch Gezelschap, ‘Hoe om te gaan met een nieuwe generatie jonge verdachten die zeer ernstige misdrijven plegen?’, 15 mei 2023

Auteurs
DOI
Toon PDF Toon volledige grootte
Auteursinformatie Statistiek Citeerwijze
Dit artikel is keer geraadpleegd.
Dit artikel is 0 keer gedownload.
Aanbevolen citeerwijze bij dit artikel
Kristien Hepping. (2023). Bijeenkomst van het Psychiatrisch Juridisch Gezelschap, ‘Hoe om te gaan met een nieuwe generatie jonge verdachten die zeer ernstige misdrijven plegen?’, 15 mei 2023. Tijdschrift voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (1) 1, 105-107.

Dit artikel wordt geciteerd in

      Op 15 mei jongstleden organiseerde het Psychiatrisch Juridisch Gezelschap (PJG) een bijeenkomst over de omgang met een nieuwe generatie jonge verdachten die zeer ernstige misdrijven plegen. Een actueel onderwerp vanwege onder meer de stijging van zwaardere misdrijven gepleegd door jeugdigen.1x Huls & Hepping (2023), p. 448. Tijdens de bijeenkomst werd in twee voordrachten aandacht besteed aan artikel 77b Wetboek van Strafrecht (Sr). Deze wetsbepaling biedt de rechter de mogelijkheid om daders in de leeftijd van 16 of 17 jaar ten tijde van het delict volwassenensancties op te leggen in plaats van jeugdsancties. Jolande uit Beijerse (hoogleraar Justitiële Jeugdinterventies, Erasmus School of Law) besprak in haar voordracht de achtergrond, ontwikkeling en toepassing van artikel 77b Sr, alsook de pro’s en contra’s voor het behoud van deze bepaling. Mirjam Zeevaart en Rosan Verberne (resp. directeur en juridisch adviseur van de Raad voor de Kinderbescherming ) gingen in hun voordracht nader in op de eerder gedane oproep van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) om artikel 77b Sr te schrappen.2x Zie voor genoemde oproep Al Ali (2022).
      In het navolgende sta ik kort stil bij artikel 77b Sr, waarna ik enkele hoofdpunten uitlicht die in de voordrachten en de aansluitende plenaire discussie naar voren zijn gekomen.

    • Artikel 77b Sr

      Sinds begin twintigste eeuw kent Nederland voor jeugdigen tot 18 jaar een apart systeem van strafrechtspleging (procesregels en sancties), inclusief de mogelijkheid om bij wijze van uitzondering op 16- en 17-jarigen volwassenensancties toe te passen. Destijds was de toepassing van deze uitzondering niet door de wettekst beperkt, maar inmiddels bevat artikel 77b Sr een drietal toepassingsgronden: de ernst van het feit, de persoonlijkheid van de dader, en de omstandigheden waaronder het feit is begaan. De twee eerstgenoemde gronden zijn ingevoerd in 1965, toen nog cumulatief geldend. Laatstgenoemde grond is toegevoegd in 1995, waarbij de drie gronden tevens alternatief zijn gemaakt, waarmee de toepassing van volwassenensancties op 16- en 17-jarigen werd vergemakkelijkt. Dit laatste is opvallend, aangezien Nederland rond dezelfde tijd partij werd bij het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK), welk verdrag Nederland verplicht om een apart systeem van strafrechtspleging voor kinderen tot 18 jaar ten tijde van het delict te hanteren.3x Dit systeem wordt met name door art. 37 en 40 IVRK ingevuld. Het VN-Kinderrechtencomité, verantwoordelijk voor de monitoring van de naleving van het IVRK, heeft benadrukt dat hier geen uitzonderingen op gemaakt mogen worden en heeft Nederland herhaaldelijk aangesproken op het (voort)bestaan en de toepassing van artikel 77b Sr.4x Zie meer gedetailleerd over de geschiedenis van art. 77b Sr en over de strijdigheid met het IVRK onder andere Beijerse (2009) en Hepping & Huigen (2022).

    • Kritiek op de toepassingscriteria van artikel 77b Sr

      Tijdens de PJG-bijeenkomst kwam de strijdigheid van artikel 77b Sr met het IVRK aan bod, alsook kritiek op de drie toepassingscriteria. Zo werd gesteld dat het begrijpelijk is dat bij ernstige feiten de behoefte aan vergelding bij slachtoffers, nabestaanden en de maatschappij groot kan zijn, maar dat het ontwikkelingsperspectief van het kind voorop moet blijven staan. In vergelijking met jeugdsancties wordt er bij (toepassing van) volwassenensancties minder nadruk gelegd op de persoon en omstandigheden van de dader en minder ingezet op resocialisatie en herstel. De kans op recidive kan hierdoor toenemen, wat niet alleen schadelijk is voor de jeugdige dader zelf, maar ook voor de maatschappij.
      Over de toepassingsgrond ‘persoon van de dader’ werd ingebracht dat rechters zich in de praktijk hierover laten voorlichten door deskundigen, maar dat niettemin een nadere afbakening wenselijk zou zijn. Waar (binnen het jeugdstrafrecht) maatwerk wordt toegejuicht, moet het risico op ongelijke toepassing niet uit het oog verloren worden. Daarnaast werd gewezen op een zekere tegenstrijdigheid met artikel 77c Sr. Deze bepaling bevat de mogelijkheid om daders in de leeftijd van 18 tot 23 jaar ten tijde van het delict onder andere op grond van hun persoon volwassenensancties op te leggen, in plaats van jeugdsancties. Tot 2014 gold dit voor 18- tot 21-jarigen ten tijde van het delict, waarna uitbreiding tot 23-jarigen volgde, omdat vanuit de ontwikkelingspsychologie bekend werd dat de ontwikkeling tot dan doorloopt.
      De toepassingsgrond ‘omstandigheden waaronder het feit is begaan’ tot slot, zou onvoldoende doordacht zijn ingevoerd en in de praktijk geen eenduidige invulling krijgen, en dus beter geschrapt kunnen worden.

    • De noodzaak van artikel 77b Sr

      Een ander punt dat aan bod kwam was de noodzaak van artikel 77b Sr. Een bekend argument voor het behoud van deze bepaling is dat de strafmaat in ons jeugdsanctiestelsel hierdoor kindvriendelijk kan blijven. In vergelijking met andere landen zou deze strafmaat relatief laag zijn: als het gaat om vrijheidsbeneming kunnen 16- en 17-jarigen maximaal twee jaar jeugddetentie en/of voor de duur van drie jaar de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ) opgelegd krijgen. In bepaalde situaties is het echter mogelijk dat de PIJ tot maximaal zeven jaar wordt verlengd, of na zes jaar wordt omgezet in terbeschikkingstelling met dwangverpleging (tbs), een maatregel uit het volwassenensanctierecht. De PIJ is weliswaar een behandelmaatregel en geen straf, maar het gaat wel om vrijheidsbeneming.
      Naast de strafmaat van de jeugdsancties is ook de wijze van tenuitvoerlegging relevant. Zo werd er tijdens de bijeenkomst op gewezen dat er een kleine groep jeugdige daders is met een dusdanige persoonlijkheid, waarbij gedragsbeïnvloeding binnen het pedagogische groepsgerichte klimaat in de justitiële jeugdinrichtingen niet meer zou aansluiten. Ook zijn er jeugdige daders met behandelbehoeften waaraan de huidige jeugdsancties nu niet tegemoetkomen. Niettemin zijn ontwikkeling en onderwijs ook voor deze daders van belang, en daartoe is weer onvoldoende mogelijkheid binnen het huidige volwassenensanctiestelsel. Wat dit betreft is meer aandacht voor een (leeftijds)gedifferentieerde tenuitvoerlegging van sancties geboden, naast een sluitend behandelaanbod binnen het justitiële jeugdkader. Het laatste vereist meer onderzoek naar de effectiviteit van jeugdsancties.

    • Tot slot

      In maart 2023 heeft de minister voor Rechtsbescherming in een Kamerbrief laten weten geen aanleiding te zien voor het wijzigen van de strafmaat voor jeugdigen. Ook artikel 77b Sr lijkt niet aangepast/geschrapt te worden. Wel wordt bericht dat in herfst 2023 de resultaten van een inhoudelijk onderzoek naar onder meer de motivering van de rechter voor de toepassing van de artikelen 77b en 77c Sr worden verwacht.5x Kamerstukken II 2022/23, 28741, nr. 94, p. 5, 6. Deze resultaten bieden vast nieuw voer voor de discussie over artikel 77b Sr en de berechting van jeugdige daders die ernstige misdrijven plegen.6x Zie voor een uitgebreide bijdrage aan de huidige discussie Huls & Hepping (2023), noot 1.

    • Literatuur
    • Al Ali, W. (2022). Berecht kind niet als volwassene, NRC 19 oktober.

    • Beijerse, J. uit (2009). De toepassing van een volwassenensanctie op 16- of 17-jarigen: pro’s, contra’s en alternatieven, Delikt en Delinkwent, 75.

    • Hepping, K.E., & Huigen, J. (2022). Volwassenensancties voor jeugdige daders, Tijdschrift voor Jeugdrecht, 2022-1, 27-34.

    • Huls, E., & Hepping, K.E. (2023). Berechting van 16- en 17-jarigen volgens het volwassenenstrafrecht op grond van de ernst van het feit: gebrek aan een duidelijke visie, Ars Aequi.

    • Kamerstukken II 2022/23, 28741, nr. 94.

    Noten

    • 1 Huls & Hepping (2023), p. 448.

    • 2 Zie voor genoemde oproep Al Ali (2022).

    • 3 Dit systeem wordt met name door art. 37 en 40 IVRK ingevuld.

    • 4 Zie meer gedetailleerd over de geschiedenis van art. 77b Sr en over de strijdigheid met het IVRK onder andere Beijerse (2009) en Hepping & Huigen (2022).

    • 5 Kamerstukken II 2022/23, 28741, nr. 94, p. 5, 6.

    • 6 Zie voor een uitgebreide bijdrage aan de huidige discussie Huls & Hepping (2023), noot 1.


Print dit artikel