Zoekresultaat: 649 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie x
Artikel

Wie houdt de wacht?

Veranderingen in toezicht tijdens de jongvolwassenheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden parental monitoring, self-control, delinquency, social control
Auteurs Dr. Jessica Hill MSc en Prof. dr. mr. Arjan Blokland
SamenvattingAuteursinformatie

    In this study we examine whether parental monitoring remains a protective factor in the lives of emerging adults, as well as the extent to which monitoring in other settings replaces the protective role of the parents. We use data collected for the TransAM project, a longitudinal survey of 970 emerging adults (18-24 years) to examine monitoring in a range of different contexts using an instrument based on Stattin and Kerr’s parental monitoring scale (2000). Results indicate that whilst parental control plays a protective role in the first years of emerging adulthood, we find no evidence that monitoring in other settings replaces the protective role of parents. However, monitoring of the self, i.e., self-control, has an increasingly strong relationship with delinquency during emerging adulthood.


Dr. Jessica Hill MSc
Dr. J.M. Hill (MSc) is universitair docent criminologie aan de Vrije Universiteit, Amsterdam.

Prof. dr. mr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is als bijzonder hoogleraar Criminology & Criminal Justice verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en als senior onderzoeker verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Artikel

Welzijn, primaire levensbehoeften en delinquentie bij adolescenten

Etiologische assumpties van het Good Lives Model getoetst

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden GLM, Rehabilitation, Juvenile delinquency, Life satisfaction, Youth
Auteurs Colinda Serie PhD, Prof. dr. Stefaan Pleysier, Prof. dr. Johan Put e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    A recent rehabilitation theory, the ‘Good Lives Model’ (GLM), states that interventions that work towards a higher well-being can reduce recidivism risk more sustainably by promising a happier, pro-social life, rather than just a less harmful one. Although the GLM theory appears promising, limited empirical research has examined its underlying assumptions, applicability and its effectiveness. Research into the GLM with youth is even more limited. Therefore, in the current study, we investigate the main etiological assumptions of the GLM in a large group of adolescents between 14 and 18 years old from the general population (N=5.776), by means of self-report survey data on well-being, primary human goods and delinquency. The results show that a lower subjective global well-being is related to delinquent behavior. Especially the primary human goods of relatedness and working towards a financially stable future appear to be important goals for interventions aimed at rehabilitation of juvenile offenders.


Colinda Serie PhD
C.M.B. Serie is PhD-onderzoeker aan de KU Leuven.

Prof. dr. Stefaan Pleysier
Prof. dr. S. Pleysier is hoofddocent aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven en coördinator van de Onderzoekslijn Jeugdcriminologie en Jeugdrecht aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC).

Prof. dr. Johan Put
Prof. dr. J. Put is gewoon hoogleraar jeugd- en welzijnsrecht aan de KU Leuven.

Prof. dr. Corine de Ruiter
Prof. dr. C. de Ruiter is als hoogleraar Forensische Psychologie, verbonden aan de Universiteit Maastricht.
Redactioneel

Access_open Hedendaagse jeugdcriminaliteit: nieuwe vragen en enkele antwoorden na een historische daling

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Auteurs Dr. André van der Laan, Prof. dr. Stefaan Pleysier en Prof. dr. Frank Weerman
Auteursinformatie

Dr. André van der Laan
Dr. A.M. van der Laan is senioronderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid in Den Haag.

Prof. dr. Stefaan Pleysier
Prof. dr. S. Pleysier is hoofddocent aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven en coördinator van de Onderzoekslijn Jeugdcriminologie en Jeugdrecht aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC).

Prof. dr. Frank Weerman
Prof. dr. F.M. Weerman is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Jeugdcriminologie bij de sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Wie zijn jeugdige veelplegers?

Een onderzoek naar aantallen en kenmerken op basis van politieregistraties en zelfrapportage

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden Juvenile delinquency, Frequent offending, Research methods, Self reports, Police registrations
Auteurs Prof. dr. Frank Weerman, Prof. dr. Gerben Bruinsma, Prof. dr. Wim Bernasco e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of this study was to provide more insight in prevalence and aetiology of juvenile frequent offending, employing police registered data as well as self-report information. We combined data about 519 youths that participated in a self-report study in the region of The Hague with police register data (the HKS system) from the police unit of The Hague. The results indicate that a substantial part of youths that report a large amount of offenses themselves are not formally known as ‘juvenile frequent offender’. Causal factors derived from four major criminological theories can be found in a more pronounced way among juvenile frequent offenders than among youths that incidentally commit offenses. In general, there are similarities between the characteristics of juvenile frequent offenders defined by police register data and those defined by self-reports, but, on average, frequent offenders that are known by the police spend more time unstructured socializing with friends. We conclude that research using the method of self-report is well capable to find juvenile frequent offenders, and that this method also leads to useful information about the causes of their delinquent behaviour.


Prof. dr. Frank Weerman
Prof. dr. F.M. Weerman is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Jeugdcriminologie bij de sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. Gerben Bruinsma
Prof. dr. G.J.N. Bruinsma is emeritus directeur van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en emeritus hoogleraar Omgevingscriminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Wim Bernasco
Prof. dr. W. Bernasco is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar Ruimtelijke analyse van criminaliteit aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Lieven Pauwels
Prof. dr. L. Pauwels is directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en als hoogleraar verbonden aan de Universiteit van Gent.
Artikel

Online jeugdcriminaliteit en ‘verkeerde vrienden’: wanneer is de samenhang het sterkst?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden cyber delinquency, cyber offenders, peer deviance, social network
Auteurs Yaloe van der Toolen MSc, Dr. Marleen Weulen Kranenbarg en Prof. dr. Frank Weerman
SamenvattingAuteursinformatie

    This article investigates whether cyber delinquent behaviour of school friends, other offline friends and online contacts is related to cyber delinquent behaviour of individuals, and whether this relation differs for cyber dependent, cyber enabled and traditional crime. We used both direct and indirect measures of cyber delinquency of friends. We employed data from the first wave of a large-scale study on the causes of online delinquency among Dutch juveniles (n=889; mean age=16.8 years). The results suggest that both direct and indirect measures of levels of friend delinquency were related to levels of individual cyber offending. However, indirect measures had a stronger association with individual online delinquency than direct measures. This suggests that respondents make incorrect estimates of their friends’ levels of online delinquency. Moreover, no differences were found in the strength of the relation between individual online offending and indirect measures of online offending of school friends, offline friends and online friends. This suggests that friends of different types all play an important role in individual online offending.


Yaloe van der Toolen MSc
Y. van der Toolen MSc is junior onderzoeker bij de sectie Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam en junior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam.

Dr. Marleen Weulen Kranenbarg
Dr. M. Weulen Kranenbarg is universitair docent Criminologie bij de sectie Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Frank Weerman
Prof. dr. F.M. Weerman is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Jeugdcriminologie bij de sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Delinquentie, vrienden en ‘boosheid met liefde’

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden peer delinquency, authoritative control, working alliance, prevention
Auteurs Dr. Adriaan Denkers en Dr. Jan Dirk de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Young people’s delinquent behavior remains a social problem of concern to parents, local residents, teachers, police officers and administrators. With respect to effective interventions, the dominant focus is on ‘what works’. Relatively little is known about ‘who works’. In this study, based on a survey of 679 vmbo-pupils, it was investigated to what extent receiving ‘sternness with love’ from a professional may contribute to mitigating delinquency. For this research, unique graphically supported measuring instruments were developed that enable participants of the target group – including those who suffer from mild intellectual disabilities – to independently fill out the questionnaire. The results based on regression analyses suggest that there is no support for the supposed contribution of the interaction between sternness and love or of the three-way interaction between delinquent friends, sternness and love in explaining the variance of delinquent behavior. The results further show that having delinquent friends is related to participants’ delinquency. The results of these analyses also suggest that the relevant professional’s approach with ‘sternness’ or with ‘love’ moderates the relationship between delinquent friends and committing theft.


Dr. Adriaan Denkers
Dr. A.J.M. Denkers is zelfstandig sociaal wetenschapper en verbonden aan de sectie Criminologie, Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr. Jan Dirk de Jong
Dr. J.D.A. de Jong is lector Aanpak Jeugdcriminaliteit aan de Hogeschool Leiden en verbonden aan de sectie Criminologie, Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open Een eerste blik op online delinquentie

Verkennend onderzoek bij Vlaamse jongeren en vergelijking met offline delinquentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden online crime, juveniles, self-reported delinquency, risk profiles, prevalence
Auteurs Ena Coenen
SamenvattingAuteursinformatie

    Given that the social life of youngsters develops more and more online, attention for cybercrime has grown as well. However, no Flemish data is available yet. This study uses data from two representative samples of the Flemish youth to research the prevalence and risk profiles of on- and offline crime. Compared to offline crime, online crime is relatively limited. In addition, results showed that online offenders had the least severe risk profile, while offenders of both on- and offline delinquency had the most severe profile. For victimization, it appeared that it is important to consider individual types of offences, since complex differences were found between various crime types. These results indicate a limited, but not ignorable, occurrence of online crime, and a difference in risk profiles for offline and online crime.


Ena Coenen
E. Coenen is wetenschappelijk medewerker bij het Leuvens Instituut voor Criminologie aan de KU Leuven.
Artikel

Risicogedrag van jongeren

In hoeverre verschilt de invloed van leeftijdsgenoten op het beginnen met risicogedrag en aanpassen in risicogedrag?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden antisocial behavior, social network analysis, SIENA, subtance use, onset
Auteurs Dr. Aart Franken, Dr. Jan Kornelis Dijkstra, Dr. Zeena Harakeh e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Studies investigating peer influence on risk behaviors, such as antisocial behavior and substance abuse, mostly study the amount of change in which adolescents adapt their risk behavior to become more similar to their friends. Onset of risk behavior, changing form having no experience to having any experience with risk behavior, has been studies far less. This study investigates friends’ influence on the onset of risk behavior and their influence in changes in risk behavior. Hypotheses were tested using SNARE (Social Network Analysis of Risk behavior in Early adolescence) data (N=1.144), containing information on risk behavior (i.e. antisocial behavior, alcohol use, and tobacco use) and friendship networks at three timepoints during the first year of secondary education (Mage= 12.7; SD=0.47). Analyses, using longitudinal social network analysis (RSIENA), showed that although adolescents adapt their risk behavior to become more similar to their friends, they are not influence in by their friends in the onset of risk behavior. These findings suggest s more nuanced role of friends in the onset of risk behavior. Interventions aiming at friends might benefit from differentiating between the onset and further (dis)continuation of risk behavior as these friendship influence processes might be less relevant for the onset of risk behavior.


Dr. Aart Franken
Dr. A. Franken is psycholoog NIP (i.o.t. gz-psycholoog) bij de Praktijk voor leer- en gedragsadviezen.

Dr. Jan Kornelis Dijkstra
Dr. J.K. Dijkstra is UHD Sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en senior-analist RIEC Noord.

Dr. Zeena Harakeh
Dr. Z. Harakeh is onderzoeker bij TNO, expertisegebied Child Health.

Dr. Wilma Vollebergh
Prof. dr. W.A.M. Vollebergh is emeritus hoogleraar Jeugdstudies aan de Universiteit Utrecht.
Onderzoeksnotities

Prevalentie van slachtofferschap van seksueel grensoverschrijdend gedrag onder universiteitsstudenten

Eerste resultaten van een Belgisch cohorteonderzoek

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden longitudinal design, sexual aggression, victimization, male victims, reporting
Auteurs Aude Fieuw BSc, Joke Depraetere MSc, Prof. dr. Lieven Pauwels e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper we describe the first results of a recent cohort study conducted at Ghent University and focus on the applied study design. Existing cross-sectional studies regarding sexual victimization are not able to make causal statements about its risk and outcome factors. This cohort study aims to answer these questions. Results of this study confirmed that students are often confronted with sexual assault and seldom consult existing support services. This paper emphasizes the advantages of a longitudinal design within victimological research including the possibilities and difficulties that accompany it.


Aude Fieuw BSc
A. Fieuw BSc is masterstudent Criminologische Wetenschappen aan de Universiteit Gent.

Joke Depraetere MSc
J. Depraetere MSc is Aspirant Fundamenteel Onderzoek van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen (FWO).

Prof. dr. Lieven Pauwels
Prof. dr. L. Pauwels is directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en als hoogleraar verbonden aan de Universiteit van Gent.

Tom Vander Beken PhD
T. Vander Beken PhD is professor Criminologie en Strafrecht aan de Universiteit Gent.

Christophe Vandeviver PhD
C. Vandeviver PhD is onderzoeksprofessor Criminologie en Senior Postdoctoraal Onderzoeker van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen (FWO).
Kroniek

‘Partners in crime’? De rol van de antropologie in de criminologie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden criminal anthropology, Criminology, anthropology
Auteurs Dr. Brenda Oude Breuil
SamenvattingAuteursinformatie

    Criminology, as an inherently interdisciplinary field, has built on anthropology (and other social sciences) in its development. This contribution addresses the question which insights in criminology have most been inspired by anthropology. First, it looks into the ‘criminal anthropology’ of Lombroso; then it embarks on an appreciation of the ethnographic research design within criminology (as first adopted by the Chicago School); and, finally, it assesses the link between anthropology, and cultural and global criminology. I conclude that anthropology has been valuable to our discipline on four levels: methodologically (in the importance of the ethnographic research design), theoretically (in its role in the development of symbolic interactionism and structuralism, for example), geographically (in the global scope of anthropological research), and analytically, in its experience with ‘doing ethnography’ in economically, politically and culturally embedded ways.


Dr. Brenda Oude Breuil
Dr. B.C.M. Oude Breuil is universitair docent Criminologie aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen in Utrecht.
Artikel

Jonge veelplegers en hun worsteling om te stoppen met criminaliteit

Een vierfasenmodel

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden desistance, young repeat offenders, maturation, longitudinal study
Auteurs Prof. dr. Ido Weijers
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents findings from a longitudinal study of 81 young recidivists examined over fifteen years. By the age of 25, 50 percent had desisted for at least three years. 60 percent had had no new police contacts during the last two years. Four stages could be distinguished in the desistance process. Apart from a small number of explicit persisters, all of the young adults did consciously consider whether the benefits of their criminal activities outweighed the disadvantages. With just a few exceptions, the decision to quit was not motivated by an altruistic goal, nor by extreme fear, but mainly motivated by the feeling of being too old for criminal life and by striving for a pleasant self-esteem. It is concluded that when young adult recidivists give up crime, this must be seen as an extreme and extremely late form of maturation.


Prof. dr. Ido Weijers
Prof. dr. I. Weijers is emeritus hoogleraar jeugdstrafrecht en jeugdbescherming aan de Universiteit Utrecht.
Kroniek

Gedetineerd via de achterdeur: juridisch en criminologisch onderzoek naar omzetting en herroeping van vrijheidsbeperkende sancties

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2020
Trefwoorden omzetting taakstraf, Herroeping voorwaardelijke sanctie, reclasseringstoezicht, Europese minimumregels community sanctions and measures, Europese reclasseringsregels
Auteurs Prof. dr. Miranda Boone
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution provides an overview of the legal and criminological research into the decision following the determination of a supervisor that the conditions of a freedom-restricting sanction are not met. It is an important decision, on the one hand because it can result in a more severe sanction than was initially imposed, on the other hand because a decision that is perceived as unfair can influence the extent to which suspects and convicts are willing to comply with conditions, and recidivism. Yet little research has been conducted into this decision. The legal safeguards with which it is accompanied are lagging behind those of the original sentencing decision. Undeserved according to penitentiary experts. The scarce empirical research shows that decision-making involves many different layers and that the actors involved have different goals, ranging from deterrence and emphasizing the credibility of the system to the successful completion of the sanction. Even in countries where regulations have been tightened considerably, the discretionary power of direct supervisors, such as employees of the working project or therapists, is still large. This raises the question to what extent the final decision maker (usually a judge) still has sufficient room to make an independent decision.


Prof. dr. Miranda Boone
Prof. dr. M.M. Boone is hoogleraar Criminologie en Vergelijkende Penologie aan de Universiteit Leiden.

Dr. Lotte van Dillen
Dr. L.F. van Dillen is universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden
Boekbespreking

Het incasseren van ongenoegen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2020
Auteurs Dr. Marie Rosenkrantz Lindegaard MA
Auteursinformatie

Dr. Marie Rosenkrantz Lindegaard MA
Dr. M.R. Lindegaard MA is senior onderzoeker bij het NSCR en universitair hoofddocent Sociologie aan de Universiteit van Kopenhagen.
Redactioneel

Vooruitgang in de victimologie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2020
Auteurs Dr. Lisa van Reemst, Prof. dr. mr. Maarten Kunst en Prof. dr. Antony Pemberton
Auteursinformatie

Dr. Lisa van Reemst
Dr. L. van Reemst is universitair docent, sectie Criminologie, Erasmus Universiteit Criminologie en Postdoc onderzoeker, NSCR

Prof. dr. mr. Maarten Kunst
Prof. dr. mr. M.J.J. Kunst is hoogleraar aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden

Prof. dr. Antony Pemberton
Prof. dr. A. Pemberton is senior-onderzoeker NSCR, hoogleraar herstelrecht, LINC, KU Leuven en hoogleraar victimologie Tilburg University
Artikel

De rol van slachtoffercompensatie in de publieke waardering van strafoplegging

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2020
Trefwoorden victim compensation, criminal justice system, public opinion, punishment
Auteurs Dr. Janne van Doorn, Prof. dr. mr. Maarten Kunst, Dr. Jelle Brands e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In the current study it was investigated to what extent the presence or absence of victim compensation influences public judgments about punishment by the general public. Results show that whether or not the victim is awarded compensation, both in the case of physical assault and burglary, did not influence the extent to which the general public agrees with the punishment imposed by the judge. Participants do consider it important that a victim has the opportunity to apply for compensation for non-material damage suffered.


Dr. Janne van Doorn
Dr. J. van Doorn is universitair docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden

Prof. dr. mr. Maarten Kunst
Prof. dr. mr. Maarten Kunst is Hoogleraar aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Jelle Brands
Dr. J. Brands is universitair docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden

Prof. dr. Jan de Keijser
Prof. dr. J. de Keijser is Hoogleraar aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open In het belang van het slachtoffer

De bijdrage van strafrechtelijke contact-, locatie- en gebiedsverboden aan de veiligheidsbeleving van slachtoffers van geweldsdelicten en stalking

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2020
Trefwoorden protection order, victim, safety perception, vulnerability, procedural justice
Auteurs Irma Cleven MSc PhD, Tamar Fischer MSc en Prof. mr. Sanne Struijk
SamenvattingAuteursinformatie

    This study describes how penal protection orders contribute to victim perceptions of safety, drawing upon data collected via a victim survey (n=101). Perceived victim safety is explored based on the factors of personal vulnerability, procedural justice, and experiences with compliance and enforcement. Results show that more than half of the victims in this study does not feel safer because of the protection order. The effects of the orders are even weaker for feelings of relaxation and feelings of anger about the situation. An increase in perceptions of control over the situation appears to be the most important predictor of an increase in feelings of safety and a decrease in feelings of anger, but is unrelated to an increase in feelings of relaxation. The effect of procedural justice differs per outcome measure. It is associated positively with increased feelings of safety, but negatively with decreased feelings of anger because of the protection order. The positive association with feelings of safety is partly indirect via personal vulnerability. Findings result in various suggestions for future research.


Irma Cleven MSc PhD
I.W.M. Cleven MSc is PhD kandidaat bij de sectie criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Tamar Fischer MSc
Dr. T. Fischer is universitair hoofddocent criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. mr. Sanne Struijk
Prof. mr. S. Struijk is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en tevens bijzonder hoogleraar Penologie en penitentiair recht aan de Rijksuniversiteit Groningen
Artikel

Tussen de regels door: hoe slachtofferschap bevestigd, bevraagd en ontkend wordt

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2020
Trefwoorden victimization, framing, #MeToo, sexual violence, observer interpretation
Auteurs Drs. Eva Mulder en Dr. mr. Alice Bosma
SamenvattingAuteursinformatie

    Using frame analyses, the authors explore how people confirm, question or deny victimization, or refrain from interpretation. A frame consists of a problem definition (acts), the diagnosis of causes (identifying actors), and moral judgments. Results confirm that the interaction between factors defines the interpretation of victimization. Similar acts (for instance the consumption of alcohol) are ascribed different meanings depending on the type of frame. The positioning of actors in a frame determines who or what is perceived responsible for the (moral) judgment.


Drs. Eva Mulder
Drs. E. Mulder is promovenda bij INTERVICT van Tilburg University.

Dr. mr. Alice Bosma
Dr. mr. A.K. Bosma is universitair docent bij het Department of Criminal Law van Tilburg University.
Artikel

De kracht van verbinding

Een kwalitatief onderzoek naar de rol van lotgenotencontact voor nabestaanden van zware verkeersdelicten

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2020
Trefwoorden peer support, co-victims, traffic offenses, Big Two, narratives
Auteurs Dr. Pauline Aarten, Pien van de Ven MSc en Rik Ceulen MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    For co-victims of severe traffic offenses in the Netherlands, peer support is offered. However, no research into the meaning of peer support for this specific group of victims has been conducted. In this study, nineteen narrative interviews with co-victims of traffic offenses were collected. These interviews show that through dialogue and the sharing of experiences, as well as the care and support for each other, peer support offers the possibility to work on the meaning-making of the traffic offense and its aftermath. The article ends with policy implications and steps for follow-up research.


Dr. Pauline Aarten
Dr. P.G.M. Aarten is universitair docent bij het Institute of Security and Global Affairs van de Universiteit Leiden.

Pien van de Ven MSc
P. van de Ven MSc is promovenda bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) & Slachtofferhulp Nederland

Rik Ceulen MSc
R. Ceulen MSc is criminoloog bij gemeente Tilburg.
Discussie

Victimologie en corruptie: over de slachtoffers van een (al dan niet) slachtofferloos delict

Een multidisciplinaire verkenning

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2020
Trefwoorden bribery, corruption, victims, victimless crimes, victim identification
Auteurs Suzanne van Dijk MSc en Mr. drs. Moniek Hutten
SamenvattingAuteursinformatie

    There is no clear answer to the question if corruption makes victims. Currently an (international) discussion is taking place about this matter. On the one hand it can be discussed that corruption in general does not know any direct victims and that corruption can even take place without any damage. On the other hand it is known that corruption can cause tremendous public and financial damage, with society as a whole as the victim of this crime, whether or not in primary gradation. In the underlying article these two perspectives will be discussed and applied on two cases. Special attention will also be paid to the impact and relevance of pointing out the victims.


Suzanne van Dijk MSc
S.L. van Dijk MSc is criminoloog bij het FIOD – Anti-Corruptie Centrum.

Mr. drs. Moniek Hutten
Mr. drs. M. Hutten is vaktechnisch adviseur en criminoloog bij het FIOD – Anti-Corruptie Centrum.
Toont 1 - 20 van 649 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 32 33
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment drie verschillende filters: tijdschrift, rubriek en jaar.