DOI: 10.5553/TvH/1568654X2019019002005

Tijdschrift voor HerstelrechtAccess_open

Artikel

Slachtofferbewust en herstelgericht werken in de reclasseringspraktijk

Trefwoorden slachtofferbewust werken, herstelgerichte detentie, gevangenis, reclassering
Auteurs
DOI
Toon PDF Toon volledige grootte
Auteursinformatie Statistiek Citeerwijze
Dit artikel is keer geraadpleegd.
Dit artikel is 0 keer gedownload.
Aanbevolen citeerwijze bij dit artikel
Jacqueline Bosker en Vivienne de Vogel. (2019). Slachtofferbewust en herstelgericht werken in de reclasseringspraktijk. Tijdschrift voor Herstelrecht (19) 2, 47-56.

Dit artikel wordt geciteerd in

      Een jonge man staat onder toezicht van de reclassering vanwege een veroordeling voor een overval op een pizzakoerier. In het begin ontkent hij het delict te hebben gepleegd en staat het toezicht vooral in het teken van het oplossen van verschillende praktische problemen. Als de reclasseringswerker in de loop van het toezicht het delict weer aan de orde stelt, kan de jongen wél erkennen de dader te zijn en er last van te hebben. De reclasseringswerker schakelt Perspectief Herstelbemiddeling 1x Perspectief Herstelbemiddeling organiseert herstelbemiddeling tussen direct betrokkenen van een ingrijpende gebeurtenis zoals een delict, een (verkeers)ongeval of een medisch incident. in en er volgt een gesprek tussen dader en slachtoffer. Met voor beiden een positief resultaat. De dader kan het delict en zijn aandeel daarin een plek geven en zichzelf vergeven. Het slachtoffer is niet meer bang om de dader tegen te komen.

    • 1 Inleiding

      De reclassering2x In Nederland zijn drie organisaties verantwoordelijk voor het uitvoeren van reclasseringstaken voor volwassenen: Reclassering Nederland, Stichting Verslavingsreclassering GGZ en Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering. werkt met verdachten en daders, oftewel mensen die verdacht worden van of veroordeeld zijn voor het plegen van een strafbaar feit. Zij adviseert het Openbaar Ministerie (OM), de rechterlijke macht en het gevangeniswezen over de afdoening van strafzaken en tenuitvoerlegging van sancties. Zij houdt toezicht op daders met een (deels) voorwaardelijke veroordeling en is verantwoordelijk voor het uitvoeren van werkstraffen. De activiteiten van de reclassering zijn gericht op recidivebeperking, re-integratie en herstel. Hoewel het werken met verdachten en daders vanzelfsprekend betekent dat er ook gekeken wordt naar slachtoffers, besloten de reclasseringsorganisaties enkele jaren geleden om meer aandacht te geven aan het slachtofferperspectief, onder de noemer slachtofferbewust werken. Daarmee sloot de Nederlandse reclassering aan bij de toenemende aandacht voor het slachtoffer in het strafrechtproces.3x Mollen, D.J.M. & A. van Vliet (2017) Hoe slachtofferbewust werkt de reclassering?. Proces, 96(2), 147-157. Het belang daarvan wordt ook benadrukt in de richtlijnen voor reclasseringswerk van de Raad van Europa van 2010 die door de Nederlandse reclasseringsorganisaties worden onderschreven. Daarin wordt onder andere gesteld dat reclasseringsorganisaties de rechten en belangen van slachtoffers moeten respecteren en daders moeten helpen zich bewust te worden van de schade die zij hebben aangericht en daar verantwoordelijkheid voor te nemen.4x Recommendation CM/Rec(2010)1 of the Committee of Ministers to member states on the Council of Europe Probation Rules. www.cep-probation.org/wp-content/uploads/2018/10/CoE-probation-rules-recommendation.pdf.
      In 2014 ontwikkelde het lectoraat Werken in Justitieel Kader van Hogeschool Utrecht een methodische handreiking slachtofferbewust werken voor reclasseringswerkers.5x Krechtig, L., J. van Vliet & A. Menger (2014) Slachtofferbewust werken. Deel II: Een methodische handreiking voor reclasseringswerkers. Utrecht: Hogeschool Utrecht. Daarin staan methodische aanknopingspunten en werkwijzen beschreven die reclasseringswerkers kunnen inzetten. Volgens deze handleiding, die in de reclasseringspraktijk landelijk wordt gebruikt, staan bij slachtofferbewust werken in het reclasseringswerk drie doelen centraal:

      1. respecteren van de rechten en belangen van het slachtoffer;

      2. in kaart brengen en vergroten van het slachtofferbewustzijn van de reclasseringscliënt;

      3. toewerken naar de mogelijkheden voor herstel.

      Zie voor meer informatie en achtergronden over deze handreiking de bijdrage van Jiska Jonas-van Dijk en Sven Zebel in dit themanummer.

      Inmiddels zijn we een aantal jaren verder. In dit artikel staan we stil bij de vraag hoe slachtofferbewust werken feitelijk vorm krijgt in de praktijk van de reclassering. Lukt het reclasseringswerkers om de doelen zoals geformuleerd in de handreiking in praktijk te brengen? Daarvoor hebben we gesproken met zeven medewerkers van de reclassering, vijf reclasseringswerkers en twee werkbegeleiders. Vier van hen hebben een taak als ambassadeur voor dit thema binnen de eigen organisatie. We wilden daarnaast ook van enkele medewerkers die geen aandachtsfunctionaris voor dit thema zijn horen of en hoe zij dit in praktijk brengen. De zeven medewerkers zijn werkzaam bij Reclassering Nederland, Stichting Verslavingsreclassering GGZ6x Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG) voert reclasseringstaken uit voor cliënten met verslavings- en/of psychiatrische problematiek. De SVG bestaat uit een landelijk bedrijfsbureau en tien regionale instellingen. Dit zijn grotere ggz- of verslavingszorginstellingen met een tak voor verslavingsreclassering. We spraken met medewerkers van Fivoor verslavingsreclassering (Den Haag), Vincent van Gogh verslavingsreclassering (Limburg) en Tactus verslavingsreclassering (Oost-Nederland). en Leger des Heils Jeugdzorg en Reclassering, verspreid over verschillende regio’s. In open interviews is besproken wat voor hen de doelen zijn van slachtofferbewust werken, hoe zij dit in praktijk brengen, wat dit oplevert en welke belemmeringen zij daarbij tegenkomen.

    • 2 Wat is slachtofferbewust werken volgens reclasseringswerkers?

      In de gesprekken met reclasseringswerkers over slachtofferbewust werken komen de drie doelen zoals benoemd in de handreiking duidelijk naar voren: bescherming van (potentiele nieuwe) slachtoffers, bewustwording bij daders en herstel. Met name in de adviesfase van het reclasseringswerk is het belangrijk om goed zicht te krijgen op de aard van het delict, de slachtoffers die daarbij betrokken waren en de noodzaak voor bescherming in verband met mogelijke recidive. Op grond daarvan kan de reclassering de officier van justitie en rechter adviseren om bepaalde voorwaarden op te nemen in het vonnis die kunnen helpen om herhaling van het delict te voorkomen. Bescherming van het slachtoffer is daarbij een belangrijk doel. Daarnaast onderzoeken reclasseringswerkers ook of verdachten zich de mogelijke impact van het delict op het slachtoffer realiseren.
      Reclasseringswerkers geven aan dat veel van hun cliënten zich vaak niet of onvoldoende bewust zijn van de schade die zij met hun delict aanrichten. Zij denken dat bewustwording van dat leed een impuls kan zijn voor verandering en ze zien het als een belangrijke taak voor de reclassering om deze bewustwording te vergroten. Een werker verwoordt het als volgt: ‘Als een dader zich bewust is van de schade hij iemand heeft berokkend, wat vaak niet bewust gebeurt, is de kans groter dat hij zijn gedrag gaat aanpassen. Dat hangt dus samen met recidivebeperkend werken.’ Verantwoordelijkheid nemen voor het delict is volgens reclasseringswerkers ook van belang om het delictgedrag een plek te geven en om te gaan met de schuld en schaamte die daarbij kunnen horen. ‘Dat ze erkennen dat ze dader zijn en dat onderdeel maken van hun levensverhaal. Vaak betekent dit ook om leren gaan met schaamte.’
      Naast bewustwording werken reclasseringswerkers indien mogelijk aan herstel. Voor een deel van de werkers gaat dat vooral over herstel tussen dader en slachtoffers, waarvoor zij cliënten doorverwijzen naar mediation in strafzaken of herstelbemiddeling. Naast herstel in relatie tot het directe slachtoffer, is in sommige zaken ook aandacht voor herstel in relatie tot indirecte slachtoffers zoals familie of mensen uit de sociale omgeving van zowel het slachtoffer als de dader. Een delict kan immers ook het contact van de dader met zijn of haar naasten beschadigen. Daarnaast noemen enkele werkers dat het ook kan gaan om herstel voor de dader zelf, zonder dat het tot contact met slachtoffers komt.
      Hieronder werken we de drie aspecten van slachtofferbewust werken verder uit.

    • 3 Belangen en behoeften van slachtoffers

      Slachtoffers moeten zich veilig kunnen voelen. Dit is een belangrijk aandachtspunt bij het opstellen van een reclasseringsadvies aan OM of rechtbank.7x Krechtig et al. 2014. Om daarover goed te kunnen adviseren heeft de reclassering informatie nodig over het slachtoffer: voelt deze zich onveilig, is het slachtoffer een bekende van de dader en hebben dader en slachtoffer nog contact met elkaar? De reclassering kan het OM of de rechtbank adviseren om gedragsbeperkende bijzondere voorwaarden op te leggen zoals een contactverbod of een locatieverbod, en ziet er vervolgens op toe of de dader zich daaraan houdt. Daarbij houdt men zo veel mogelijk rekening met de wensen van slachtoffers. Dergelijke voorwaarden kunnen helpen voorkomen dat dader en slachtoffer elkaar weer tegenkomen, maar zijn daarvoor geen garantie. Daders kunnen deze voorwaarden overtreden, maar als ze dat doen informeert de reclassering het OM dat kan beslissen om de zaak voor te leggen aan de rechter. Deze kan vervolgens beslissen de voorwaardelijk opgelegde straf alsnog ten uitvoer te leggen.
      Reclasseringswerkers proberen ook informatie te verkrijgen over de impact van het delict op het slachtoffer. Die informatie gebruiken ze om in gesprek te gaan daarover met de verdachte en te toetsen of deze zich bewust is van het leed dat hij of zij heeft veroorzaakt. ‘Op grond daarvan beslissen we welke inzet er nodig is om het proces van bewustwording en gedragsverandering te ondersteunen.’
      Om de noodzakelijke informatie te verkrijgen hebben reclasseringswerkers in de meeste gevallen niet zelf contact met het slachtoffer, dat loopt via Slachtofferhulp Nederland (SHN) of het OM. In de praktijk blijkt dit lang niet altijd mogelijk. Bij levensdelicten en zware gewelds- of zedenzaken is een casemanager van SHN betrokken, maar dat is slechts een klein deel van de reclasseringszaken. In de lichtere zaken zou informatie verkregen moeten worden via het slachtofferparket of de officier van justitie, maar volgens de reclasseringswerkers blijkt dit vanwege capaciteitsproblemen bij het OM vaak niet mogelijk. Alleen in partnergeweld zaken heeft de reclassering soms zelf contact met het slachtoffer, met name als de partners bij elkaar blijven. In dat geval wordt het slachtoffer vaak ook betrokken bij het reclasseringstoezicht, bijvoorbeeld door mee te komen naar gesprekken zodat het delict en de gevolgen daarvan met beide partners kan worden besproken.

    • 4 Slachtofferbewustzijn van reclasseringscliënten

      Bij de start van het contact met een cliënt, veelal in de adviesfase, proberen reclasseringswerkers zicht te krijgen op de mate waarin cliënten zich bewust zijn van de gevolgen van het delict voor slachtoffers en of zij eventueel in gesprek zouden willen met het slachtoffer. Op grond daarvan wordt bepaald of dit een thema is dat in het toezicht meer aandacht moet krijgen. Bijvoorbeeld om in de gesprekken die reclasseringswerkers tijdens het toezicht hebben met daders het thema aan de orde te stellen om bewustwording te vergroten of de mogelijkheden voor herstelbemiddeling te onderzoeken.
      Reclasseringscliënten verschillen in de wijze waarop dit thema voor hen speelt. Sommigen voelen zich schuldig en lijden eronder dat ze iemand iets hebben aangedaan. Anderen ontkennen het delict of willen er niet over praten. Voor veel reclasseringscliënten geldt dat zij het lastig vinden om over het delict en de gevolgen daarvan te praten. Ze willen er niet over praten, bagatelliseren het delict (‘het was maar een televisie’) of minimaliseren hun aandeel daarin. Reclasseringswerkers geven aan dat zij dan enerzijds moeten doorzetten om cliënten de drempel over te helpen om over het onderwerp te praten, maar daarbij tegelijkertijd wel moeten blijven aansluiten bij de cliënt en niet te veel forceren. ‘Bij sommige cliënten lukt het niet om het in detail over het eigen delict en de gevolgen daarvan voor slachtoffers te hebben, bijvoorbeeld omdat ze hun eigen aandeel blijven ontkennen. Een manier om dan toch het gesprek daarover te voeren is om het breder te houden, door bijvoorbeeld te vragen: stel dat het jouw familie of vrienden zou overkomen, wat zou je daarvan vinden? Of door voorbeelden uit de media te gebruiken en daarover vragen te stellen. Op die manier kun je cliënten wel aan het denken zetten over de gevolgen van delicten voor slachtoffers.’ Een dergelijke aanpak kan een opening zijn om in een latere fase alsnog over het eigen delict en de gevolgen daarvan in gesprek te gaan.
      Ook in het gesprek over de gevolgen van het delict voor slachtoffers kunnen reclasseringswerkers ‘van buiten naar binnen werken’. Dan wordt bijvoorbeeld eerst gesproken over wat het delict heeft betekend voor familieleden van de dader, mensen die in de omgeving wonen waar het delict is gepleegd of mensen die het slachtoffer kennen maar verder van hem of haar af staan. Pas in tweede instantie spreekt men dan over het directe slachtoffer of de nabestaanden. Overigens is er niet in alle delicten een helder onderscheid tussen dader en slachtoffer. Soms is er sprake van een escalerend conflict, waarbij uiteindelijk iemand aanwezen wordt als dader en de ander als slachtoffer.8x Krechtig et al. 2014. In dergelijke zaken is het van belang de rol van beide partijen te bespreken. Slachtofferschap van daders komt ook nog op een andere manier aan de orde. Een reclasseringswerker verwoordt dat als volgt: ‘Ik vind het allerbelangrijkst dat je ook stil staat bij het slachtofferschap van de dader. Dat je erkent wat hij heeft meegemaakt en in zijn leven en niet kreeg waar hij recht op had. Pas dan kun je de brug maken naar het delict: jij hebt nu ook een slachtoffer gemaakt, hoe zie je dat dan? Dan merk je dat er ook openheid komt. Die openheid komt er pas als je dit hebt besproken.’
      Over de vraag of slachtofferbewustzijn van daders en verantwoordelijkheid nemen voor het delictgedrag daadwerkelijk bijdraagt aan recidivebeperking is meer onderzoek nodig, maar er zijn wel aanwijzingen voor. Geen verantwoordelijkheid nemen voor het delict en een gebrek aan inlevingsvermogen in de gevolgen van een delict voor het slachtoffer worden beschouwd als uitingsvormen van een pro-criminele attitude, een belangrijke risicofactor voor criminele recidive.9x Bonta, J. & D.A. Andrews (2017) The psychology of criminal conduct (sixth edition). New Providence, NJ: LexisNexis. Zowel Nederlands als internationaal onderzoek laat zien dat herstelbemiddeling of mediation in strafzaken kan bijdragen aan het nemen van verantwoordelijkheid voor toegebracht leed en samenhangt met recidivevermindering.10x Claes, B. & J. Shapland (2017) Herstelbemiddeling in twee gevangenissen. Positieve effecten op stoppen met misdaad?. Tijdschrift voor Herstelrecht, 17(4), 12-28; Claessen, J., G. Zeles, S. Zebel & H. Nelen (2015) Bemiddeling in strafzaken in Maastricht III. Onderzoek naar recidive bij jeugdigen en volwassenen. Tijdschrift voor Herstelrecht, 15(4), 9-24.; Sherman, L. W., H. Strang, E. Mayo-Wilson, D.J. Woods & B. Ariel (2015) Are Restorative Justice Conferences Effective in Reducing Repeat Offending? Findings from a Campbell Systematic Review. Journal of Quantitative Criminology, 31(1), 1-24.
      De manier waarop met daders gesproken wordt, blijkt wel van belang. Te veel nadruk op schaamte of schuld werkt niet.11x Krechtig et al. 2014. Zo blijkt bijvoorbeeld uit onderzoek naar zogenaamde Victim Impact Panels, waarbij daders van verkeersdelicten gepleegd onder invloed van middelen verhalen horen van slachtoffers, dat dit niet recidiveverminderd werkt.12x Crew, B.K. & S.E. Johnson (2011). Do victim impact programs reduce recidivism for operating a motor vehicle while intoxicated? Findings from an outcomes evaluation. Criminal Justice Studies, 24(2), 153-163. Bij vrouwelijke daders werd zelfs een tegengesteld effect gevonden; vrouwen die waren geconfronteerd met deze verhalen vielen sneller terug in delictgedrag.13x McMurran, M., R. Riemsma, N. Manning, K. Misso & J. Kleijnen (2011) Interventions for alcohol-related offending by women: a systematic review. Clinical psychology review, 31(6), 909-922. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de verhalen dusdanig overweldigend zijn dat deze vrouwen sterke gevoelens van schaamte en schuld ervaren en daardoor juist weer terugvallen in middelengebruik.

    • 5 Herstel

      Werken aan herstel kan op verschillende manieren. In de fase dat iemand nog verdachte is, kan strafrechtmediation worden ingezet, na veroordeling kan een gesprek tussen dader en slachtoffer plaatsvinden. Betrokkenheid van slachtoffers is niet per se nodig om aan herstel te werken, reclasseringswerkers kunnen hun cliënten ook ondersteunen bij zelfherstel.

      5.1 Mediation in strafzaken

      De reclassering heeft verschillende mogelijkheden om te werken aan herstel. In de fase dat iemand nog verdachte is, kan mediation in strafzaken worden ingezet. Deze optie, waarnaar door de officier van justitie of rechter wordt verwezen en die via het mediationbureau wordt uitgezet bij twee geregistreerde mediators, wordt bijvoorbeeld gebruikt in zaken waarin een gesprek tussen dader en slachtoffer meerwaarde heeft voor een goede afdoening van de zaak. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer dader en slachtoffer elkaar tegen blijven komen. Denk aan een hoog opgelopen burenruzie waarbij het na de mediation voor betrokkenen weer mogelijk is om naast elkaar te blijven wonen zonder elkaar opnieuw in de haren te vliegen. Onder begeleiding van twee mediators vindt een gesprek plaats tussen verdachte en slachtoffer. Gemaakte afspraken worden vastgelegd en worden door de officier van justitie of rechter meegenomen in de afdoening van de zaak.14x Uitslag, M. & T. van Mazijk (2017) Mediation in strafzaken in kwaliteit geborgd. Proces, 96(4), 252-260.
      Sinds 2011 worden lichte strafzaken besproken aan zogenaamde ZSM-tafels.15x Bac, M. & M. Vink (2014) ZSM, Zo Selectief Mogelijk? Triage in de strafrechtsketen. Proces, 93(1), 79-88. ZSM staat voor zorgvuldig, snel en op maat. Politie, OM, reclassering, Raad voor de Kinderbescherming en SHN zitten daar bij elkaar en stemmen direct samen af wat de beste afdoening is. Door de aanwezigheid van SHN is slachtofferinformatie snel beschikbaar, waaronder de eventuele bereidheid van slachtoffers voor mediation. De reclassering heeft contact met de verdachte, beoordeelt onder andere of deze de verantwoordelijkheid voor het delict neemt en of een gesprek met het slachtoffer mogelijk is. Reclassering, SHN en OM kunnen direct overleggen of mediation in een specifieke zaak mogelijk en zinvol is.

      Een jongen berooft onder bedreiging van een mes een meisje van haar scooter. Er is mediation ingezet om de schade te regelen, waarbij de jongen ook excuses aanbood en vragen van het meisje beantwoordde. Op die manier kon de jongen verantwoordelijkheid nemen voor het delict. Hij kreeg een forse taakstraf in plaats van (deels voorwaardelijke) jeugddetentie. Bij het meisje was een deel van haar angst voor de dader weggenomen. 16x Dit voorbeeld is afkomstig uit een brochure die in 2019 is uitgebracht door de samenwerkingspartners op de ZSM-locatie Midden-Nederland, getiteld: Special Herstelrecht ZSM Midden-Nederland.

      5.2 Herstelbemiddeling

      Ook tijdens het toezicht kan herstel plaatsvinden door een gesprek tussen dader en slachtoffer. Reclasseringswerkers bespreken deze optie met hun cliënt, en als zij met hun cliënt concluderen dat een herstelgesprek wenselijk is verwijst de reclassering de cliënt door naar Perspectief Herstelbemiddeling. Deze organisatie legt contact met het slachtoffer en organiseert en begeleidt het gesprek, wat voornamelijk gericht is op emotioneel herstel. Het heeft immers geen invloed meer op het strafproces.
      Reclasseringswerkers geven aan dat dergelijke gesprekken positief kunnen werken voor zowel dader als slachtoffer. ‘Slachtoffers demoniseren soms de dader. Als ze de persoon dan weer zien en in gesprek gaan, kan dat het beeld enorm bijstellen en dat kan helpend zijn voor het slachtoffer’, aldus een werker. Onderzoek naar de effecten van dader-slachtofferbemiddeling bevestigt dat dit angst en woede bij slachtoffers kan reduceren en dat daders meer verantwoordelijkheid nemen voor het delict.17x Denderen, M. van, N. Verstegen, V. de Vogel & L. Feringa (2019) Handreiking Slachtofferbewust Werken voor Forensisch Maatschappelijk Werkers. Beschikbaar via www.kfz.nl/projecten/call-2016-60; Sherman, L.W., H. Strang, E. Mayo-Wilson, D.J. Woods & B. Ariel (2015) Are Restorative Justice Conferences Effective in Reducing Repeat Offending? Findings from a Campbell Systematic Review. Journal of Quantitative Criminology, 31(1), 1-24. In een onderzoek naar de effecten van dader-slachtoffergesprekken in Nederland is zowel voor als na de bemiddeling gevraagd naar het niveau van angst en woede onder slachtoffers voor de dader(s). Daaruit blijkt dat de ondervraagde slachtoffers gemiddeld genomen een lichte mate van angst ervaren voor de dader en dat die angst na een gesprek, brief of pendelbemiddeling18x Bij een pendelbemiddeling brengt een bemiddelaar vragen en antwoorden over tussen daders en slachtoffers. significant lager is dan daarvoor. De woede van slachtoffers naar de dader bleek na een gesprek significant afgenomen, terwijl een briefwisseling of pendelbemiddeling geen significant effect had.19x Zebel, S. (2010) Een quasi-experimentele studie naar de effecten van de Nederlandse slachtoffer-dadergesprekken. In: I. Weijers, Slachtoffer-dadergesprekken in de schaduw van het strafproces (p. 21-44). Amsterdam: Boom Lemma Uitgevers.
      Het komt volgens reclasseringswerkers maar in een heel klein deel van de toezichtzaken tot een herstelgesprek tussen dader en slachtoffer. In de zaken waarin reclasseringswerkers daarop aan proberen te sturen kan het zijn dat de dader niet wil, niet durft of niet oprecht spijt heeft van het delict. Oprechte spijt is belangrijk volgens de reclasseringswerkers, omdat het gesprek anders voor slachtoffers juist nadelige gevolgen kan hebben.20x Zie ook Pemberton, A., F.W. Winkel & M.S. Groenhuijsen (2006) Op weg naar slachtoffergerichte theorievorming. Tijdschrift voor Herstelrecht , (6)1, 48-64. Ook komt het regelmatig voor dat het slachtoffer niet wil of dat het niet lukt om contact te krijgen met het slachtoffer. Toch is herstelbemiddeling volgens de reclasseringswerkers die wij spraken in veel meer zaken mogelijk dan nu gebeurt, omdat het nog onvoldoende aandacht krijgt in veel toezichttrajecten.

      5.3 Zelfherstel

      Ook als het niet tot een gesprek tussen dader en slachtoffer komt, kan de reclassering met de dader werken aan herstel. Door met de cliënt in gesprek te zijn over het delict en de gevolgen daarvan voor slachtoffers en de cliënt zelf. Voor cliënten die uiting willen geven aan hun gevoelens ten aanzien van de slachtoffers, maar dit niet kunnen of durven in een feitelijk gesprek, is er de optie om een fictieve brief aan het slachtoffer te schrijven. Deze brief wordt niet daadwerkelijk verstuurd. Volgens reclasseringswerkers kan dit cliënten helpen om het delict een te plek geven en ondersteunt dit het herstel van zijn of haar rol als dader naar weer burger.

      Een jongen wordt veroordeeld voor mishandeling tijdens het uitgaan onder invloed van alcohol, waarbij hij letsel heeft toegebracht aan het slachtoffer. Tijdens het toezicht blijkt hij spijt te hebben van wat er is gebeurd, en ook vragen te hebben aan het slachtoffer. Onder andere over de aanleiding voor het geweld, waarbij het slachtoffer de eerste was die een klap uitdeelde. Niet om zijn eigen rol te bagatelliseren, maar om te horen wat de overwegingen van het slachtoffer waren. Voor cliënt was het ook belangrijk om excuses te kunnen maken over zijn aandeel. In het toezicht zijn daar eerst verschillende gesprekken aan besteed. Cliënt vond het spannend om een stap te zetten richting het slachtoffer. Uiteindelijk is hij aangemeld bij Perspectief Herstelbemiddeling. Daar heeft een intakegesprek plaatsgevonden, maar het lukte vervolgens niet om contact te krijgen met het slachtoffer waardoor geen gesprek tot stand kwam. Om het delict en het gevoel daarover toch een plek te kunnen geven heeft de reclasseringswerker vervolgens cliënt voorgesteld om een fictieve brief aan het slachtoffer te schrijven. Ze gaf hem eerst de opdracht om na te denken over de vraag wat hij tegen het slachtoffer zou willen zeggen. Vervolgens hebben ze samen de brief geschreven. Dat hij wel de moeite heeft gedaan om met het slachtoffer in contact te komen was voor hem een belangrijke stap. Toen het gesprek niet tot stand kwam, was de fictieve brief een manier om het delict toch goed af te kunnen sluiten.

    • 6 Waar staat de reclassering?

      De reclasseringsorganisaties hebben verschillende activiteiten ondernomen om slachtofferbewust en herstelgericht werken te implementeren. Alle reclasseringswerkers volgden een e-learningmodule over slachtofferbewust en herstelgericht werken en in elke regio zijn ambassadeurs aangesteld. Dit zijn reclasseringswerkers die als rol hebben om het thema onder de aandacht te brengen en houden bij collega’s. Per regio zijn kenniskringen ingericht waar deze ambassadeurs bij elkaar komen om ervaringen uit te wisselen en te bespreken hoe dit thema beter geïntegreerd kan worden in reclasseringswerk. Ook laat men zich voeden door gastsprekers. Vertegenwoordigers uit de regionale kenniskringen vormen een landelijke kenniskring.
      Reclasseringswerkers concluderen dat ondanks deze initiatieven het onderwerp nog onvoldoende leeft in de organisatie en veel meer kan worden ingezet dan nu gebeurt. Daarvoor worden verschillende oorzaken genoemd. Bij een deel van de cliënten spelen veel problemen op verschillende leefgebieden zoals het hebben van stabiele huisvesting, een inkomen, dagbesteding en vaak ook psychiatrische problematiek. Veel reclasseringswerkers starten dan met het stabiliseren van de eerste levensbehoeften en zijn vooral heel pragmatisch aan de slag. ‘Over het slachtoffer beginnen terwijl de cliënt geen dak boven zijn hoofd heeft, is lastig. Daar is geen ruimte voor bij de cliënt’, aldus een reclasseringswerker. Veel reclasseringswerkers komen in de loop van het toezicht, als het leven van de cliënt wat stabieler is, niet meer terug op het delict, de slachtoffers en de noodzaak voor herstel.
      Het onderwerp slachtofferbewust werken is een van de vele nieuwe ontwikkelingen binnen het reclasseringswerk. Bij de introductie ervan was er veel aandacht voor. Maar in de loop van de tijd is het bij veel werkers op de achtergrond geraakt, omdat zich weer nieuwe ontwikkelingen aandienen, aldus de reclasseringswerkers. Dit impliceert dat het onderwerp onvoldoende is geïntegreerd in het werk en dat hier meer voor nodig is.
      Ook wordt benoemd dat een deel van de reclasseringswerkers het lastig vindt om over het delict in gesprek te gaan. Zij hebben concrete handvatten nodig: hoe ga je om met ontkenning, hoe ga je om met schuld en schaamte, hoe kan je dat gedoseerd doen. Het is belangrijk dat werkers hiermee oefenen. De uitvoerige handreiking over slachtofferbewust werken wordt door de meeste reclasseringswerkers niet gelezen, aldus een van de werkers die we spraken. Een e-learningmodule volstaat niet om vaardigheden te oefenen. Training en oefening is belangrijk om dit in de vingers te krijgen. Het belang hiervan wordt door werkers onderschreven, maar ze hebben wel handvatten nodig hoe ze dit moeten aanpakken. Om hieraan tegemoet te komen is recent een training van drie dagdelen ontwikkeld. Daarin komen theorie en oefeningen uit de handreiking aan de orde: wat is slachtofferbewust en herstelgericht werken, waarom is het belangrijk, welke actoren zijn daarbij betrokken en wat doen die, hoe kunnen cliënten worden doorverwezen naar mediation in strafzaken of herstelbemiddeling? Er is veel aandacht voor het oefenen van gespreksvaardigheden en methodische handvatten om slachtofferbewust en herstelgericht werken met cliënten te bespreken. De reclassering gaat deze training breder aanbieden in de eigen organisatie.

    • 7 Conclusie

      Veel reclasseringswerkers onderschrijven het belang van slachtofferbewust werken en beschouwen dit als een kerntaak. Toch komt het daadwerkelijk slachtofferbewust werken in de reclasseringspraktijk maar beperkt van de grond. Er is een actieve groep ambassadeurs die het thema op de agenda houdt, maar zij benadrukken dat de reclassering veel meer kan doen dan nu gebeurt. Om slachtofferbewust werken goed te integreren in het reclasseringswerk behoeft een aantal punten meer aandacht:

      • De reclasseringswerkers die we hebben gesproken lijken ervan overtuigd dat slachtofferbewust werken kan bijdragen aan de doelstelling van de reclassering: gedragsverandering van delinquenten en vermindering van recidive. Met name naar het vergroten van slachtofferbewustzijn bij cliënten is nog weinig empirische onderbouwing beschikbaar. Meer onderzoek naar de effecten van slachtofferbewust werken met daders en de effecten daarvan is noodzakelijk.

      • Slachtofferbewust werken vraagt om specifieke methodische vaardigheden. Ervaringen bij de reclassering laten zien dat voor het implementeren van een dergelijke werkwijze niet kan worden volstaan met een online training. Trainen en oefenen van gespreksvaardigheden en specifieke methoden om met cliënten in gesprek te gaan over het delict zijn belangrijk. De onlangs ontwikkelde training komt tegemoet aan die behoefte.

      • Een deel van de reclasseringswerkers denkt bij slachtofferbewust werken aan een gesprek tussen dader en slachtoffer. Dat blijkt in praktijk maar in een klein aantal zaken te gebeuren. Ook als het niet tot een gesprek komt, is het gesprek met de cliënt over dit thema noodzakelijk en kan gewerkt worden aan herstel. Bijvoorbeeld middels een fictieve brief aan het slachtoffer. Maar er zijn ook andere mogelijkheden voor reclasseringscliënten om te werken aan herstel, zoals vormen van vrijwilligerswerk waarin men iets goeds doet voor de samenleving.21x Maruna, S. (2001) Making good: how ex-convicts reform and rebuild their lives. Washington DC: American Psychological Association.

      • Goede samenwerking in de keten is belangrijk om slachtofferbewust werken te kunnen realiseren.22x Van Denderen et al. 2019. Zo is de reclassering afhankelijk van samenwerkingspartners als het OM en SHN voor informatie over het slachtoffer. Deze informatie blijkt in veel zaken echter niet beschikbaar. Relatief goed gaat deze samenwerking op de ZSM-locaties. Daar zitten de verschillende ketenpartners bij elkaar, waardoor informatie-uitwisseling en overleg over mogelijkheden voor een gesprek tussen verdachte en slachtoffer snel tot stand komen. Voor zaken die niet op ZSM-niveau worden afgedaan of waar in een latere fase vragen over het slachtoffer naar voren komen, zijn nadere afspraken nodig tussen reclassering, OM en SHN.

    Noten

    • * De auteurs danken Heleen Nouse, Harriëtte Hoovers, Esther Heinemans, Fenena Stam, Dilek Kaşmer, Papatya Ayaz en Riëlle Mohr, werkzaam bij Leger des Heils Reclassering, verslavingsreclassering en Reclassering Nederland, voor hun bijdrage aan dit artikel.
    • 1 Perspectief Herstelbemiddeling organiseert herstelbemiddeling tussen direct betrokkenen van een ingrijpende gebeurtenis zoals een delict, een (verkeers)ongeval of een medisch incident.

    • 2 In Nederland zijn drie organisaties verantwoordelijk voor het uitvoeren van reclasseringstaken voor volwassenen: Reclassering Nederland, Stichting Verslavingsreclassering GGZ en Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering.

    • 3 Mollen, D.J.M. & A. van Vliet (2017) Hoe slachtofferbewust werkt de reclassering?. Proces, 96(2), 147-157.

    • 4 Recommendation CM/Rec(2010)1 of the Committee of Ministers to member states on the Council of Europe Probation Rules. www.cep-probation.org/wp-content/uploads/2018/10/CoE-probation-rules-recommendation.pdf.

    • 5 Krechtig, L., J. van Vliet & A. Menger (2014) Slachtofferbewust werken. Deel II: Een methodische handreiking voor reclasseringswerkers. Utrecht: Hogeschool Utrecht.

    • 6 Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG) voert reclasseringstaken uit voor cliënten met verslavings- en/of psychiatrische problematiek. De SVG bestaat uit een landelijk bedrijfsbureau en tien regionale instellingen. Dit zijn grotere ggz- of verslavingszorginstellingen met een tak voor verslavingsreclassering. We spraken met medewerkers van Fivoor verslavingsreclassering (Den Haag), Vincent van Gogh verslavingsreclassering (Limburg) en Tactus verslavingsreclassering (Oost-Nederland).

    • 7 Krechtig et al. 2014.

    • 8 Krechtig et al. 2014.

    • 9 Bonta, J. & D.A. Andrews (2017) The psychology of criminal conduct (sixth edition). New Providence, NJ: LexisNexis.

    • 10 Claes, B. & J. Shapland (2017) Herstelbemiddeling in twee gevangenissen. Positieve effecten op stoppen met misdaad?. Tijdschrift voor Herstelrecht, 17(4), 12-28; Claessen, J., G. Zeles, S. Zebel & H. Nelen (2015) Bemiddeling in strafzaken in Maastricht III. Onderzoek naar recidive bij jeugdigen en volwassenen. Tijdschrift voor Herstelrecht, 15(4), 9-24.; Sherman, L. W., H. Strang, E. Mayo-Wilson, D.J. Woods & B. Ariel (2015) Are Restorative Justice Conferences Effective in Reducing Repeat Offending? Findings from a Campbell Systematic Review. Journal of Quantitative Criminology, 31(1), 1-24.

    • 11 Krechtig et al. 2014.

    • 12 Crew, B.K. & S.E. Johnson (2011). Do victim impact programs reduce recidivism for operating a motor vehicle while intoxicated? Findings from an outcomes evaluation. Criminal Justice Studies, 24(2), 153-163.

    • 13 McMurran, M., R. Riemsma, N. Manning, K. Misso & J. Kleijnen (2011) Interventions for alcohol-related offending by women: a systematic review. Clinical psychology review, 31(6), 909-922.

    • 14 Uitslag, M. & T. van Mazijk (2017) Mediation in strafzaken in kwaliteit geborgd. Proces, 96(4), 252-260.

    • 15 Bac, M. & M. Vink (2014) ZSM, Zo Selectief Mogelijk? Triage in de strafrechtsketen. Proces, 93(1), 79-88.

    • 16 Dit voorbeeld is afkomstig uit een brochure die in 2019 is uitgebracht door de samenwerkingspartners op de ZSM-locatie Midden-Nederland, getiteld: Special Herstelrecht ZSM Midden-Nederland.

    • 17 Denderen, M. van, N. Verstegen, V. de Vogel & L. Feringa (2019) Handreiking Slachtofferbewust Werken voor Forensisch Maatschappelijk Werkers. Beschikbaar via www.kfz.nl/projecten/call-2016-60; Sherman, L.W., H. Strang, E. Mayo-Wilson, D.J. Woods & B. Ariel (2015) Are Restorative Justice Conferences Effective in Reducing Repeat Offending? Findings from a Campbell Systematic Review. Journal of Quantitative Criminology, 31(1), 1-24.

    • 18 Bij een pendelbemiddeling brengt een bemiddelaar vragen en antwoorden over tussen daders en slachtoffers.

    • 19 Zebel, S. (2010) Een quasi-experimentele studie naar de effecten van de Nederlandse slachtoffer-dadergesprekken. In: I. Weijers, Slachtoffer-dadergesprekken in de schaduw van het strafproces (p. 21-44). Amsterdam: Boom Lemma Uitgevers.

    • 20 Zie ook Pemberton, A., F.W. Winkel & M.S. Groenhuijsen (2006) Op weg naar slachtoffergerichte theorievorming. Tijdschrift voor Herstelrecht , (6)1, 48-64.

    • 21 Maruna, S. (2001) Making good: how ex-convicts reform and rebuild their lives. Washington DC: American Psychological Association.

    • 22 Van Denderen et al. 2019.

De auteurs danken Heleen Nouse, Harriëtte Hoovers, Esther Heinemans, Fenena Stam, Dilek Kaşmer, Papatya Ayaz en Riëlle Mohr, werkzaam bij Leger des Heils Reclassering, verslavingsreclassering en Reclassering Nederland, voor hun bijdrage aan dit artikel.

Print dit artikel